Coccidiose bij vleeskuikens: de belangrijkste aandoening in vogelvlucht

Darmproblemen zijn veruit de meest voorkomende problemen bij vleeskuikens. Diverse studies tonen aan dat continue beheersing van coccidiose bij vleeskuikens noodzakelijk is om zowel de darmproblemen als de hieruit voortvloeiende inzet van antibiotica te voorkomen. We vroegen pluimveedierenarts Philippe Gelaude, bij Elanco gefocust op darmgezondheid bij pluimvee, hoe vleeskuikens te beschermen tegen coccidiose en schade te voorkomen. Zo is de belangrijkste aandoening bij vleeskuikens in 5 vragen en antwoorden samengevat.

Onderwerpen:

  1. Wat is coccidiose en waarom is het een voortdurende bedreiging?
  2. Wat zijn kritische perioden en wanneer levert coccidiose bij vleeskuikens problemen op?
  3. Wat is de impact en schade van coccidiose op mijn bedrijf?
  4. Hoe herken ik coccidiose op mijn bedrijf?
  5. Hoe kan ik mijn kuikens tegen coccidiose beschermen?

Navigeer eenvoudig door het artikel door hierboven op het gewenste onderwerp te klikken.

1. Wat is coccidiose en waarom is het een voortdurende bedreiging?

Coccidiose is een aandoening die veroorzaakt wordt door een parasiet Eimeria en men spreekt van coccidiose wanneer er aan twee voorwaarden voldaan is. Ten eerste: de aanwezigheid van bepaalde types van Eimeria in de kip die de darmgezondheid ernstig schaden. Ten tweede moeten deze Eimeria spp. in voldoende grote aantallen aanwezig zijn.

Eimeria spp. worden door enkele zaken gekenmerkt:

  • Alom aanwezig: er is nagenoeg geen enkel koppel vleeskuikens waarbij geen Eimeria spp. voorkomen tijdens de productieronde. Een beperkte aanwezigheid van Eimeria spp. hoeft echter niet altijd te leiden tot grote problemen, mits de aanpak goed is.
  • Eimeria spp. zijn diersoort specifiek. Dit houdt in dat de types van Eimeria die we aantreffen bij kippen niet voorkomen bij ander pluimvee zoals kalkoenen.
  • Bij kippen zijn 7 soorten van belang, waarvan E. maxima, E. tenella en E. acervulina bij het reguliere vleeskuiken de bekendste zijn. Elk type valt een specifieke plaats van het darmstelsel aan en resulteert in meer of minder weefselschade.
  • Een volledige ontwikkelingscyclus duurt ongeveer één week; per ronde zijn dus meerdere cycli mogelijk. Tevens leidt de opname van 1 gesporuleerde oöcyste tot honderdduizenden nakomelingen. De coccidiosedruk loopt dus al snel op na de start van de ronde. Een ontwikkelingscyclus van de parasiet speelt zich vooral af in de kip, maar ook deels buiten de kip. Een goede preventie richt zich op beide delen.

Tekst gaat verder onder de foto

Verloop coccidioselaesies gedurende de ronde bij Ross 308 vleeskuikens. Afbeelding: Elanco

Waarom is coccidiose steeds een latent gevaar, ook als ik mijn stallen zeer grondig reinig en ontsmet?

Het probleem bij coccidiose is dat slechts enkele gesporuleerde oöcysten al snel resulteren in honderdduizenden oöcysten na één ontwikkelingscyclus.

Opname van een beperkte hoeveelheid oöcysten kan dus al snel leiden tot een situatie die moeilijker te controleren is en impact heeft op de technische resultaten. Bovendien wil het niet zeggen dat in een stal die visueel schoon is, er geen oöcysten aanwezig zijn. Oöcysten zijn niet met het blote oog te zien.

De gesporuleerde oöcysten of infectieuze eitjes van de parasiet zijn zeer resistent. Er zijn slechts weinig ontsmettingsmiddelen die in staat zijn deze oöcysten effectief af te doden. De meeste producten die een werkzaamheid hiertegen hebben, zijn echter vrij agressief en kunnen de stalinrichting aantasten, denk hierbij aan het gebruik van ongebluste kalk of het branden van de vloer.

De nadruk tussen rondes ligt dan ook het meest op de voorafgaande reiniging. Wil je de ronde starten met een zo laag mogelijk druk dan is belangrijk het vuil goed te laten inweken, te ontvetten en vervolgens veel water te gebruiken. Dit om zoveel mogelijk oöcysten weg te spoelen. Hou er ook rekening mee dat een stal met weinig kieren of scheuren en glad beton veel beter te reinigen is en zal resulteren in een lagere druk bij opzet van de nieuwe ronde. Hierdoor is de coccidiosedruk beter te controleren met goed management en inzet van coccidiostatica. Preventie van coccidiose bij vleeskuikens start dus nog voor de kuikens zijn opgezet.

Tekst gaat verder onder de foto

Eendagskuikens in een schone stal. Foto: Elanco

2. Wat zijn kritische perioden en wanneer levert coccidiose problemen op?

Tekst gaat verder onder de foto

Verloop coccidioselaesies gedurende de ronde bij Ross 308 vleeskuikens. Afbeelding: Elanco

Wat zijn de kritische leeftijden voor coccidiose bij vleeskuikens?

Velddata die door Elanco van 2017 tot 2019 in de Benelux3 werden verzameld toont aan dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen reguliere vleeskuikens en trager groeiende kuikens.

Zowel bij reguliere als trager groeiende vleeskuikens kan men vaststellen dat coccidiose bij vleeskuikens de hele productiecyclus voorkomt, maar de dynamiek is anders. Terwijl bij reguliere vleeskuikens de piek wordt vastgesteld tijdens de 3e – 4e week is deze bij traaggroeiers iets later, meer afgevlakt en over een langere periode gespreid. De periode tijdens de 3e – 4e week wordt als meest kritisch beschouwd, omdat deze vaak samenvalt met andere stressfactoren zoals voerwisselingen en eventuele entreactie, waardoor coccidiose gemakkelijker de bovenhand krijgt. Ook al is deze periode de meest kritische, toch zijn er enkele zaken waar je rekening mee moet houden:

  • Immuniteit is type specifiek

Wanneer een kip immuniteit heeft opgebouwd tegen E. acervulina is ze nog steeds vatbaar voor E. maxima of E. tenella. Gedurende éénzelfde productiecyclus kan dezelfde kip dus verschillende keren besmet worden.

  • Onbeschermd voer aan het eind van de ronde

Veel dieren krijgen als laatste voer, een voer zonder coccidiostatica. Op basis van veldgegevens ziet men echter dat hierdoor in die laatste dagen de coccidiosedruk stijgt en voornamelijk door E. maxima bij het reguliere vleeskuiken.3

Is het gevaar voor het aanslaan van coccidiose-infecties groter in periodes met entingen?

Meerdere stressfactoren tegelijk kunnen ervoor zorgen dat het kuiken het iets moeilijker heeft met coccidiose. Dergelijke stressfactoren kunnen entreacties zijn, maar ook zaken als voerwisselingen, een ongunstig stalklimaat of een storing in het voersysteem. Een enting kan een puzzelstukje vormen in het hele verhaal, echter is de meerwaarde van enten tegen andere ziektes groter dan de eventuele entreactie. Men moet vooral voorkomen dat alles samenvalt in deze kritische periode. Het verlengen van de periode met gepotentieerde ionoforen tot voorbij de piek van coccidiose kan meehelpen om coccidiose beter te onderdrukken.

3. Wat is de impact en schade van coccidiose bij vleeskuikens op mijn bedrijf?

Dus coccidiose, zelfs bij weinig klinische verschijnselen, kost mij als pluimveehouder geld?

Ja inderdaad en het venijn zit vooral in de subklinische coccidiose. Zo zal coccidiose resulteren in een verhoogde voederconversie (VC) wat de productiekosten aanzienlijk verhoogt zonder dat men dit altijd opmerkt. In een recente studie (VK 2020)1 werd aangehaald dat in Europa coccidiose kan resulteren in + 5 punten voederconversie en een verminderd eindgewicht van 70 gram. Wanneer men daarbij ook de verhoogde uitval bijtelt dan komt men al gauw op 10 eurocent verlies per opgezet kuiken.

Daarnaast is coccidiose bij vleeskuikens ook vaak de aanzet tot de ontwikkeling van dysbacteriose die veroorzaakt wordt door Cl. perfringens. Een uitgebreide enquête die werd afgenomen in 20152 toonde aan dat de kosten van laatstgenoemde ziekte kan oplopen tot een extra 5 eurocent verlies per kuiken.

Het is dan ook cruciaal dat in de huidige marktomstandigheden men blijft inzetten op een goede strategie om het effect van coccidiose op het kuiken te beperken.

Tekst gaat verder onder de foto

Verminderde darmgezondheid kost 10 cent per vleeskuiken. Afbeelding: Elanco

4. Hoe herken ik coccidiose op mijn bedrijf?

Hoe kun je als pluimveehouder vaststellen dat je een coccidiose probleem hebt?

Coccidiose bij vleeskuikens kan zich op twee manieren uiten. Bij klinische coccidiose kan er sterfte optreden, terwijl bij subklinische coccidiose de effecten vooral naar voren komen in de technische resultaten.

Aangezien coccidiose de darmen aantast kan men in de stal afwijkingen zien van de mest en verminderde strooiselkwaliteit. Afwijkende mest kun je onder andere herkennen aan slijmbijmenging, voerkleurige mest, grote hoeveelheden onverteerd voer en bloedbijmenging bij de caecale mest (blindedarm mest). Vooral dit laatste is een duidelijk teken van coccidiose en meer specifiek voor E.tenella.

Houd er rekening mee dat verminderde strooiselkwaliteit niet altijd het gevolg is van coccidiose. Zo kan dit onder andere ook ontstaan bij suboptimale ventilatie, condens en lekkende drinknippels. Daarnaast zijn afwijkingen van de mest ook mogelijk door andere infectieuze aandoeningen.

Wilt u een goed beeld hebben van wat er gebeurt in de stal? Neem dan contact op met uw dierenarts voor het uitvoeren van secties. Hierdoor kan er nagegaan worden wat de onderliggende reden is van verminderde strooiselkwaliteit of afwijkingen in de mest. Een verminderde darmgezondheid kan één van de oorzaken zijn.

Tekst gaat verder onder de foto

Gezonde voetzool – Foto: Elanco

Geven OPG’s een goed inzicht in de infectiedruk op mijn bedrijf?

Bij een OPG telt men het aantal oöcysten per gram mest. Dit kan jou een idee geven van de infectiedruk en is interessant om op te volgen in de tijd. Het is belangrijk om de volgende zaken te beseffen:

  • Het is een momentopname en het resultaat is afhankelijk van de manier waarop het monster is genomen. Zijn er genoeg monsters genomen in de stal? Enkel verse mest? Mooi verdeeld over de stal?
  • Wanneer geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende types coccidiose aan de hand van de oöcysten is een OPG moeilijk te interpreteren. Sommige types zijn schadelijker dan andere. Daarnaast is het onderscheiden van de verschillende types oöcysten niet eenvoudig en gevoelig voor fouten.

Een OPG zegt je iets over de aan- of afwezigheid van Eimeria spp., maar niets over de reden waarom een hoog aantal wordt gevonden. Wanneer je een OPG laat uitvoeren, kun je dit het beste combineren met een sectie door je dierenarts om een actueel beeld te hebben van de werkelijke druk.

Tekst gaat verder onder de foto

HTS sectie op een vleeskuikenbedrijf – Foto: Elanco

5. Hoe kan ik mijn kuikens tegen coccidiose beschermen?

In het voer zit een coccidiostaticum, is dit altijd nodig om coccidiose bij vleeskuikens te vermijden?

Het gebruik van een coccidiostaticum in het voer vormt inderdaad een belangrijk onderdeel in de preventie van coccidiose bij vleeskuikens. Daarnaast moet ook voldoende aandacht worden besteed aan het management. De ontwikkeling van de parasiet gebeurt namelijk deels in het dier, maar ook buiten het dier. Het is in de omgeving dat de uitgescheiden eitjes infectieus worden.

Coccidiostatica zoals ionoforen, bijvoorbeeld narasin, al dan niet gecombineerd met nicarbazine hebben als doel om de coccidiosedruk sterk te verminderen en zo darmschade te beperken. De coccidiostatica hebben ook een effect op de ontwikkeling van de coccidiën in het dier. Ionoforen richten zich op het afdoden van de coccidiën in het darmlumen voordat ze darmcellen binnendringen en schade veroorzaken. Echter zullen nooit alle coccidiën worden afgedood door ionoforen. Dit is van belang omdat op deze manier het kuiken ook immuniteit kan ontwikkelen. Een goed coccidiostaticum uit zich in een goede onderdrukking van de parasiet en laat immuniteitsontwikkeling toe6. Daarnaast moet het een coccidiostaticum ook goed verdragen, remming van voer- of wateropname is niet gewenst. 5,9

Tekst gaat verder onder de foto

Vretende kuikens – Foto: Elanco

Dus ook management is van belang in de bestrijding van coccidiose bij vleeskuikens?

Ja, absoluut. Terwijl coccidiostatica inwerken op de parasiet in het dieren, heeft de veehouder impact op ontwikkeling van de parasiet in de omgeving. Onder invloed van zuurstof, voldoende hoge temperatuur en vocht zullen de uitgescheiden oöcysten infectieus worden. Als veehouder heb je voornamelijk invloed op vocht. Hoe droger het strooisel hoe moeilijker het voor de oöcysten is om infectieus te worden; je remt de ontwikkeling af. Voldoende aandacht met betrekking tot het klimaat, waterlijnen, type strooisel, enzovoort zijn dus eveneens van groot belang in de bestrijding van coccidiose.

Tekst gaat verder onder de foto

Drinkend kuiken – Foto: Elanco

Is vaccineren tegen coccidiose een betere optie?

Het is goed dat vaccins bestaan, hierdoor vergroot het portfolio waaruit je kunt kiezen voor de aanpak van coccidiose bij vleeskuikens. Het is wel zo dat vaccins pas immuniteit opwekken enkele weken na de toediening, terwijl coccidiostatica in het voer al vanaf dag één hun werk verrichten. Daarnaast zien we in de praktijk bij traaggroeiers, zoals in de biologische sector, waarbij coccidiosevaccins standaard worden gebruikt, meer necrotische enteritis. Bij het reguliere vleeskuiken waar standaard coccidiostatica worden gebruikt, komt necrotische enteritis vrijwel niet voor. Mogelijk spelen ook andere factoren hier een rol4.

Kiest men toch voor vaccinatie tegen coccidiose, houd dan rekening met het volgende:

  • De bescherming is slechts zo goed als dat de vaccinatie wordt uitgevoerd. Fouten tijdens vaccinatie kunnen leiden tot een minder goede bescherming, terwijl coccidiostatica een continue bescherming geven.6
  • Tijdens de ronde mogen geen coccidiostatica in het voer zitten omdat deze anders het vaccin gaan afdoden7.
  • Bespreek met uw dierenarts in welke mate een behandeling van zieke dieren mogelijk is wanneer ze reeds gevaccineerd zijn tegen coccidiose. Sommige antibacteriële middelen zoals sulfonamiden hebben namelijk ook een werking tegen coccidiën7 en dus mogelijks een negatief effect op het vaccin.

Tekst gaat verder onder de foto

Vullen tarwe silo op vleeskuikenbedrijf – foto: Elanco

Ik voer volle tarwe bij vanaf zo’n 10 dagen leeftijd. Levert dat extra risico op?

Op basis van de voorgeschreven tarwe inmenging zal het gehalte aan coccidiostatica in het kernvoer worden bepaald. Zolang men zich houdt aan de voorgeschreven dosering en de tarwe correct wordt ingemengd, zullen de kuikens een juiste dosis coccidiostatica krijgen en dus goed worden beschermd. Wanneer men meer tarwe gaat inmengen dan voorgeschreven, dan zal het coccidiostaticum te sterk worden verdund, waardoor er een minder goede bescherming is van de dieren. Dit is iets wat men niet wil.

Let ook op de bewaaromstandigheden van tarwe. Ongunstige omstandigheden kan leiden tot schimmelvorming waarbij mycotoxines het immuunsysteem mogelijk onderdrukken. Dit kan als gevolg hebben dat er minder goed immuniteit wordt opgebouwd tegen coccidiose en andere ziekten.

Auteur: Philippe Gelaude, Pluimveedierenarts bij Elanco

Referenties:

  1. Blake, D.P, Knox, J., Dehaeck, B., Hutington, B., Ravipati, V., Ayoade, S., Gilbert, W., Adebambo, A.O., Jatau, I.D., Raman, M., Parker, D, Rushton, J., Tomley, F.M., 2020. Re-calculating the cost of coccidiosis in chickens. Veterinary Research 51, pp. 115-129.
  2. Elanco Data on file, 2015. BEGIA 2015
  3. Elanco Data on file, 2019. Elanco EKS Data 2017-2019 Benelux
  4. Flament, A., 2020. NE bij traaggroeiende en bio vleeskippen. WVPA symposium on necrotic enteritis, Belgium.
  5. Harms, R., Buresh, R., 1987. Influence of Salinomycin on the Performance of Broiler Chicks. Poultry Science 66, pp. 51-54.
  6. Kadykalo, S., Roberts, T., Thompson, M., Wilson, J., Lang, M., Espeisse, O., 2018. The value of anticoccidials for sustainable global poultry production. International Journal of Antimicrobial Agents 51, pp. 304-310.
  7. Peek, H.W, Landman, W.J.M., 2011. Coccidiosis in poultry: anticoccidial products, vaccines and other prevention strategies. Veterinary quarterly 31(3), pp. 143-161.
  8. Van der Sluis, W., 2000. Clostridial enteritis is an often under-estimated problem. World Poultry 16(7), pp. 42-43.
  9. Weppelman, R.M., Olson, G., Smith, D.A., Tamas, T., Van Iderstine, A.,. 1977. Comparison of Anticoccidial Efficacy, Resistance and Tolerance of Narasin, Monensin and Lasalocid in Chicken Battery Trials. Poultry Science 56(5), pp. 1550-1559.
  10. Williams, R.B., 1999. A compartmentalized model for the estimation of the cost of coccidiosis to the world’s chicken production industry. International Journal for Parasitology 29(8), pp. 1209-1229.

Elanco en het schuine balklogo logo zijn handelsmerken van Elanco of haar filialen. © 2022 Elanco.

PM-NL-22-0156