Hoe krijgen veehouders meer grip op ketose?

Waarom genezen sommige dieren vlot na een behandeling tegen ketose en blijven anderen erin hangen? Hendrik Veldman (DeLaval Benelux) en Angelique Rijpert (Elanco Benelux) bundelden hun krachten, zodat veehouders meer grip krijgen op ketose.

De DeLaval’s Herd Navigator (HN), een mini-laboratorium op de boerderij, meet de eerste 60 dagen in lactatie onder meer beta-hydroxy-boterzuur (BHB) in de melk. Door deze frequente metingen worden vrijwel alle dieren die de grenswaarde voor ketose van 0,08 mmol/l passeren, gevonden. Maar grip op het aantal dieren op de attentielijst vergt, behalve monitoring, ook duidelijkheid over effectieve oplossingen.

Om dit goed uit te zoeken, vonden Hendrik en Angelique versterking bij Wilma Steeneveld, docent/onderzoeker aan de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Wilma heeft een project opgezet voor studenten diergeneeskunde, dat door een uitgebreide analyse van ketoseparameters moet leiden tot deze oplossingen. Studente Elise de Jong voltooide als eerste haar masterthesis binnen dit project.

Het vóórkomen van ketose tot nu toe sterk onderschat

Elise analyseerde de ketosemetingen van 1.406 dieren van 15 bedrijven. Ze kwam tot de opzienbarende conclusie dat 61 procent van de koeien boven de grenswaarde uitkwam tijdens de eerste twee maanden in lactatie. Koeien die al meer kalvingen achter de rug hadden lieten met 68 procent aanzienlijk meer ketose zien dan vaarzen (41 procent).

De ene koe is de andere niet

Het onderzoek werpt een unieke blik op hoe ketose zich manifesteert in de tijd. Sommige koeien ervaren ketose meer, langer, eerder of erger dan anderen. Ketose is dynamisch: tijdens periodes van ketose komen regelmatig dagen voor waarbij de koe negatief test. Na herstel kunnen dieren dus terugvallen. De duur van ketose (aantal dagen tussen de eerste en laatste verhoogde waarde) verschilt. Waar sommige dieren maar kort de grenswaarde overschrijden, ervaren anderen ketose gedurende lange periodes. 18 procent van de gevallen bij vaarzen en 10 procent van de van oudere dieren duurde slechts 1 dag. Tegelijkertijd duurde 50 procent van de gevallen langer dan 11 dagen bij vaarzen en langer dan 25 dagen bij vaker gekalfde dieren. De helft van de vaarzen met ketose liet dit al zien voor de 11e dag en de helft van de oudere dieren zelfs al voor dag 8 in lactatie. Vanaf de tweede kalving werd twee keer vaker ketose vastgesteld in de hoogste BHB-categorie (≥ 0,12 mmol/l) dan bij vaarzen.

Risicofactoren helder

Uit het onderzoek bleek dat belangrijke risicofactoren voor meer en ernstiger ketose waren: 

  • het lactatienummer (3e kalfs en ouder), 
  • een droogstandslengte van meer dan 54 dagen, 
  • een tussenkalftijd van meer dan 430 dagen en een productieniveau van meer dan 2.700 kg melk in de eerste 60 dagen in lactatie,

Deze factoren lieten niet alleen een 2 à 3 keer vaker vóórkomen van ketose zien, maar ook langduriger ketose, hogere BHB-waarden en een eerdere start van ketose na afkalven. Bij vaarzen kwam ketose bijna driemaal vaker voor bij het kwart hoogstproducerende dieren. Een afkalfleeftijd boven de 27 maanden bleek 6,3 keer meer kans te geven op een ketoseduur van langer dan één dag.

Meeste ruimte voor verbetering in de droogstand

Elise heeft 11 van de 15 deelnemende bedrijven bezocht (de lockdown verhinderde vier bezoeken) en een risicoanalyse (dRisk van Elanco) van de transitieperiode uitgevoerd. Ze vond de meeste ruimte voor verbetering in het voermanagement van de droogstaande groepen. Meer dan 25 procent van de dieren met een conditiescore van 4 of hoger, een te ruime of onbekende energiewaarde van het rantsoen en het niet dagelijks voeren, dreven het risico het vaakst op.

Ketose reduceren betekent anticiperen

Dieren vanaf de derde lactatie, dieren met een lange tussenkalftijd en/of droogstand en dieren die hoogproductief zijn, hebben dus vaker, eerder en ernstiger ketose. Deze dieren vragen na afkalven langdurig aandacht en arbeid met een grotere kans op een frustrerend resultaat. De gevonden risicofactoren helpen veehouders te anticiperen voor het afkalven.

Vijf handvatten vanuit dit en eerder onderzoek om ketose te voorkomen

  • Maak vaarzen op tijd drachtig.
  • Monitor en beheers de conditie in het derde trimester van de lactatie.
  • Wacht risicokoeien niet af maar behandel ze voor afkalven preventief.
  • Voer droogstaande koeien dagelijks vers en op de norm.
  • Monitor standaard ketose bij verse dieren.

Meer weten over het voorkomen van ketose bij je koeien? Neem contact op met je dierenarts.

Bron: de Jong E (2020) Nieuwe inzichten in ketose helpen veehouders vooruitzien. Melkveebedrijf 9, 20-21.

Elanco Nederland B.V., Van Deventerlaan 31, 3528 AG Utrecht, Tel.: +31(0)30 307 92 45, benelux@elanco.com


Elanco, het schuine balklogo en Vital90Days logo zijn handelsmerken van Elanco of haar filialen. © 2021 Elanco.

EM-BE-21-0094 (BNL)